Julia Roberts over zelfvertrouwen, haar jeugd en haar levenslessen

Julia Roberts over zelfvertrouwen, haar jeugd en haar levenslessen

Een levende legende is het. We waren al weg van haar als ontwapenende callgirl in cultklassieker Pretty Woman, maar moet je haar nu eens zien, als paranoïde psycholoog in de thrillerserie Homecoming. Julia Roberts over haar werk en leven.

Attitude 

Ze lacht nog altijd veel. Levendige hazelnootkleurige ogen, met iets ongrijpbaars erin. Wat minder onbevangen dan vroeger, maar de levenservaring staat haar goed. Om haar ogen fijne lijntjes die horen bij een vijftiger die heeft geleefd en die haar boeiender maken dan de jacht op een verloren jeugd dat vermoedelijk zou doen. Haar haar is nog altijd gekmakend vol en zij draagt haar kleding, in plaats van andersom. En ze heeft attitude. Genoeg om de hele ruimte te vullen als ze poseert voor de foto’s bij dit artikel.

Geen aanstellerij, geen valse bescheidenheid. En je blijft maar naar haar kijken: Julia Roberts is een ster. ‘Eenenvijftig’, zegt de actrice en ambassadeur van Lancôme achteloos, alsof ze je vertelt hoe laat het is. Ze maakte meer dan vijftig films in dertig jaar, kreeg een Oscar voor Erin Brockovich en zette ook nog drie kinderen op de wereld: de tweeling Hazel en Phinnaeus (14), en Henry (11). Hoewel Julia nog altijd acteert – de psychologische thrillerserie Homecoming is nu te streamen via Amazon – produceert ze meer. Als ze het over haar werk heeft, klinkt ze zakelijk, op het afgemetene af: er is duidelijk geen ruimte voor zwakheid in Hollywood. Gaat het over haar kinderen en haar leven, dan verzacht ze. En het ongrijpbare in haar blik? Dat blijkt intelligentie te zijn.

Keuzes, keuzes

Jou zo zien poseren maakt indruk, het gaat je zo natuurlijk af. Wat denk je eigenlijk als je voor zo’n camera staat?

Julia Roberts: “Interessante vraag. Als je deelneemt aan een evenement, een ceremonie of een gala, dan ben je prachtig gekleed. Een heel team van mensen zorgt ervoor dat je er op je best uitziet. Daarna is het aan jou. Ik kijk weleens naar mensen op de rode loper die poseren met een heleboel… ik weet niet eens wat het precies is. Zelfbewustzijn? Berekening? Dat zou ik ook graag doen, maar ik heb het niet en ik voel het niet. Ik voel me nog steeds twaalf op zo’n moment. Ik zou best wat meer ruimte willen opeisen en er wat krachtiger bij willen staan, maar het zit gewoon niet in me. Meestal denk ik: wat doe ik hier?”

Wil je nou zeggen dat je geen zelfvertrouwen hebt?

“Jawel, maar niet op zo’n manier dat ik mezelf graag op de voorgrond zet. Niemand wordt met zelfvertrouwen geboren. En als je het al meekrijgt, kun je het niet je leven lang op hetzelfde niveau houden. Ik kan wel zeggen dat ik op dit punt in mijn leven heel goed weet wie ik ben. En dat ook dat zelfvertrouwen geeft.”

Wat voor puber was je?

“Een doodgewone. Ik was niet eens cheerleader. Ik was zo doorsnee als maar kan.”

Je groeide op in een acteursfamilie, heeft dat je beroepskeuze beïnvloed? .

“Mijn ouders acteerden, mijn broer, die elf jaar ouder is dan ik, ook. En mijn oudere zus ging het huis uit om acteerlessen te nemen. Ik miste haar verschrikkelijk. Na mijn middelbareschooldiploma wist ik niet hoe snel ik me bij haar in New York moest voegen. Ik had geen idee wat ik daar moest gaan doen; dus ik was al heel blij met een baan in een schoenenwinkel.”

Dus acteren was geen levensdoel?

“Nee, niet echt. De acteercarrière van mijn ouders kwam nooit echt van de grond, die van mijn broer wel, die van mijn zus niet. Ik dacht weleens: waarom wil ik dit? Ik wilde het niet omdat de rest van de familie het ook deed, maar ik aarzelde tegelijkertijd mezelf actrice te noemen. Vooral ook omdat ik schoenen verkocht, hè.”

Toch een van de grootste sterren geworden. Hoe dan? IJzeren wil? Enorme discipline?

“Geen van beide. Ik heb me wel altijd goed kunnen concentreren en een idee gehad van waarom ik iets deed, of juist niet deed. Je moet voor jezelf duidelijk hebben wat je wilt, wat je doet en kunt, en wáárom je het doet. Keuzes durven maken. Hoe langer ik meedraai, hoe blijer ik ben met de mensen waar ik mee mag werken. Mijn meest recente rol is de grootste en meest bevredigende die ik ooit heb gehad. Het is verbazingwekkend dat ik na al die jaren nog altijd kan zeggen: dit is mijn beste rol!”

Je hebt het over de paranoïde therapeut in Homecoming?

“Ik ga natuurlijk geen doodgewone therapeut spelen. Ik was al fan van de podcast, ze hoefden weinig moeite te doen me te strikken. Het is een thriller, het is onheilspellend, je voelt dat het niet pluis is. Ik speel Heidi Bergman, een psycholoog die namens het ‘Homecoming Transitional Support Center’ soldaten die net teruggekeerd zijn van het front behandelt en hen voorbereidt op hun nieuwe leven in de maatschappij. Althans, dat zegt ze zelf. Ik hoor dat mensen vergeten dat ze naar Julia Roberts zitten te kijken; dat is het mooiste compliment dat ik kan krijgen. Dit is een interessante nieuwe fase.”

Zonder plan

Hoe zou je het aanpakken, als je nu als actrice moest beginnen?

“Er is zo ontzettend veel veranderd. Toen ik begon, was er geen social media, internet bestond nog amper, mensen konden geen foto’s nemen met hun mobiele telefoon. Ik ontwikkelde mezelf in een periode waarin een carrière nog logische stappen had. Als een film het goed deed, kreeg je de kans een volgende film te maken. Was je tweede film een succes, dan kreeg je een betere plek op de aftiteling en weer een nieuwe rol. Je bouwde langzaam iets op en je bouwde iets uit. Tegenwoordig zijn mensen vanuit het niets opeens wereldberoemd. Het is onvoorstelbaar en verontrustend. Je moet er permanent perfect en fab uitzien, anders word je bespot. Ik denk niet dat ik dat zou trekken. Dertig jaar geleden ging het er overzichtelijker aan toe.”

Tussen 1988 en 1991 werkte je ontzettend veel, daarna minder. Was dat een bewuste keus?

“Ik leerde al vrij jong een les waar ik mijn hele leven iets aan heb gehad: zeg niet ja op alles omdat je bang bent dat de bron droog zal vallen. Onthoud waarom je doet wat je doet. Dat is je anker. Ontwikkel je smaak en op basis waarvan je besluiten maakt. Als twintiger heb ik een paar jaar niet gewerkt, omdat ik alleen maar scripts kreeg waarvan ik dacht: ligt het aan mij of is dit gewoon vreselijk slecht? Ik kwam erachter dat ik mijn huur kon betalen en kon wachten tot er iets goeds voorbij zou komen. Ik was al verwend met een paar geweldige rollen, dus ik dacht: waarom zou ik dit doen met die persoon, als ik net nog dat deed met die mensen? Ik heb nooit spijt gehad van die onderbreking, het was nuttig om duidelijke beslissingen te leren nemen.”

Nooit bang geweest om alles wat je had opgebouwd kwijt te raken?

“In een wereld waarin mensen uiterst streberig en ambitieus zijn, miste ik gek genoeg die emoties. Als ik een rol niet kreeg, dacht ik: logisch, ik zou óók haar hebben gekozen in plaats van mij. Ik geloofde echt dat het allemaal een bedoeling had. Ik was er niet op uit de grootste te worden. Mijn aanpak was dat ik geen plan had. Dat werkte voor mij. Ik heb een sterke intuïtie, ik ben altijd op mijn gevoel afgegaan.”

Ben je de afgelopen jaren nog selectiever geworden?

“Als je naar mijn films kijkt, zou ik niet weten hoe ik nog selectiever zou kunnen zijn. Er gaat wel meer tijd in de besluitvorming zitten, want het draait niet alleen om mij, ik heb een gezin. Mijn man en ik willen voorkomen dat we allebei tegelijk werken. Het is een paar keer gebeurd, maar dat was niet handig. Dus we moeten rekening houden met zijn projecten, met mijn projecten, met school, met de activiteiten van de kinderen. Het is hogere wiskunde.”

De rest van het interview lees je in de nieuwe Marie Claire!

Tekst: Catherine Castro | Beeld: BSR